GESCHIEDENIS VAN DE DANS IN EEN NOTEDOP Algemeen In elke cultuur bij elk volk, speelt de dans een rol. Dansen is dus al  eeuwen oud. Naarmate de mens zich verder ontplooide, heeft de  dans zich ontwikkeld van een simpele innerlijke drang tot een vorm  van kunst. De dans wordt zelfs de moeder der kunsten genoemd.  Toch is de dans zeker niet alleen een vorm van kunst. De dans heeft meer functies. De dans als communicatiemiddel We kennen verschillende vormen van communicatie door middel van  de dans. Vreugde en verdriet en het hele scala van emoties tussen  deze twee uitersten kunnen tot uitdrukking worden gebracht in de  dans. De dans kan het gemeenschapsgevoel opwekken, in  standhouden en versterken. Oorlogsdansen zijn hier een goed  voorbeeld van.  De mystieke kracht Veel volkeren beschouwen dansen als een bovennatuurlijke gave en  kennen aan de dans grote macht toe. Tal van dansen zijn dan ook  omringd met rituelen. Het dansen door niet ingewijden, op een  verkeerd tijdstip en zonder de vereiste rituelen zou onheil brengen.  Hier is de dans niet alleen een communicatiemiddel tussen de  mensen onderling, maar ook tussen de mens en de goden of de  omringende natuur. Dansen bij natuurvolkeren Om de rijkdom van de dans te leren kennen en een inzicht te  krijgen in de veelheid van functies, kunnen we het best kijken naar  dansen zoals dat nu nog voorkomt bij natuurvolkeren. Dansen is bij  deze volkeren verweven met het totale leven. De dans wordt in ere  gehouden en ook de mystieke kracht die er van uitgaat wordt  kennelijk als zeer wezenlijk ervaren. Geboorte en dood, inwijding en  huwelijk, oorlog, spel en religie, het gaat allemaal gepaard met een  dans. Naarmate het begrip godsdienst veranderde, scheidden tempel en  dansplaats zich. Danspatronen en gebruiken blijven bewaard, maar  de bedoeling verandert. Het spelelement gaat overheersen en  daarmee ook het versierende element. We gaan de dans "mooier"  maken en daarmee gevarieerder. Niet meer gebonden aan  voorschriften wat betreft vorm en doel, kunnen onze fantasie en  creativiteit op de vrije loop laten. Die ontwikkeling heeft de dans  jong en aantrekkelijk gehouden en daardoor populair. Er ontstaat  een heel scala aan nieuwe dansen. Ritme en dans in het werk Tegenwoordig bedienen we ons in de westerse wereld van allerlei  hulpmiddelen, om het dagelijks werk te verlichten. Dat was vroeger  anders. Het fijnstampen van granen bijvoorbeeld ging gemakkelijker  als de dikke stok waarmee dat gebeurde in een bepaald ritme in het  vat met graankorrels werd bewogen. Ook de roeiers in de geweldige  oorlogsschepen hadden het gemakkelijker als ze allemaal tegelijk,  in één slag (cadans), bewogen. Net als het op één ritme bewegen  door de slaven die met ketenen aan elkaar verbonden waren. Dit  ritme is de oorsprong van de hedendaagse rumba.  Van volksdans naar hofdans Het dansen in paren zoals wij dat nu kennen, dateert uit de 15e  eeuw. De meester van de dansleraren in die tijd was de Italiaan  Domenica Piacenza. Hij schreef in 1416 (!) een boek waarin zeer  gedetailleerd de theorie en de praktijk van de verschillende dansen  omschreven staat. Hij was erg strikt over wie wel en wie niet mocht  dansen: Wie geen gevoel voor ritme had, geen goed geheugen  bezat en geen schoonheid, kon het wel vergeten. In de 17e en 18e eeuw gaf Frankrijk de toon aan. Dit kwam  grotendeels door Lodewijk de Veertiende. De Zonnekoning toonde  op deze manier zijn grote weelde. De Spiegelzaal van Versailles is  daar nog steeds het bewijs van. dat. Het werd voor de Franse  aristocratie steeds belangrijker zich te onderscheiden van de grote  massa en de middelen waarmee ze dat onderscheid aantoonden  werden steeds opvallender. Hoge hakken voor mannen kwamen in  die tijd in de mode. Een dergelijke dracht had natuurlijk ook  consequenties voor het dansen. Er werd statiger gedanst en de  voeten werden naar buiten gedraaid. Deze manier van lopen werd  de basis voor de balletpas. De Weense Wals beheerst de 19e eeuw     In de 12e en 13e eeuw was er een dans die de “Nachttanz” heette,  en deze dans vormde de basis van de latere Weense wals die in de  18e eeuw aan het hof werd gedanst. In 1790 was de Weense Wals in het revolutionaire Frankrijk een  uiting van burgerlijke vrijheidsuiting, en is rond 1825 door toedoen  van de muziek van Joseph Lanner en Johann Straus een Europese  gezelschapsdans geworden. Al veel langer werden op het land  volksdansen als de Dreher en de Ländler gedanst, dansen waaraan  de Weense Wals verwant is. Het oorspronkelijke model van de Weense Wals vinden we in 1776  in Wenen, waar in de opera "Una Cosa Rara" de Weense Wals werd  uitgevoerd. Mozart schreef in 1787 te Praag hoe hij met plezier zag,  dat op de muziek van zijn "Figaro" tijdens een landelijk bal werd  gewalst. De Weense Wals werd echter niet zonder slag of stoot  binnengehaald. Velen vonden het een moeilijke dans en  fatsoenrakkers stoorden zich vooral aan de danshouding.   Waarschuwingen tegen het verval van goede zeden en de  gezondheid waren niet van de lucht. Bekende dansleraren uit die  tijd vonden dat de Weense Wals niets met dansen te maken had en  nog in 1816 liet "The Times" zich zeer afkeurend uit over een hofbal  in Londen waar gewalst werd. De Weense Wals was echter niet meer tegen te houden en de danshouding van de Weense Wals werd de  basis voor alle andere paardansen. De twintigste eeuw Frankrijk verloor in de 19e eeuw zijn invloed op dansgebied in de  20ste eeuw aan Engeland. Populaire dansen in die tijd waren o.a.:  de Polka, Veleta, Foxtrot, Ragtime, Charleston. Helaas was het  geven van dansles niet zo eenvoudig. Nergens was bepaald welke  dansinstructies er gevolgd moesten worden. De één hield vast aan  het oude en de andere voelde voor vernieuwing. Iedereen deed  daarom maar wat hem het best uitkwam en een gezamenlijk  uitgangspunt was ver te zoeken. Uiteindelijk nam de Imperial Society of Teachers of Dancing  (I.S.T.D.) in 1924 het initiatief de moderne dansen te  standaardiseren. Deze standardisatie werd het domein van het  Ballroom Comité, een aparte afdeling van deze I.S.T.D. en de toen  vier dansen populaire dansen: de Tango, de Engelse Wals, de  Foxtrot en de Charleston werden door het Ballroom Comité  gestandaardiseerd. Vandaag de dag vormen de Tango, Engelse Wals, Slow-Foxtrot en de Quickstep samen met de Weense Wals de vijf dansen in het  Standaard Ballroom dansen.   Het is niet waarschijnlijk dat de vijf dansen nu nog zouden bestaan,  als het Ballroom Comité ze niet gestandaardiseerd had. Juist de  technische onderbouwing, het opstellen van de regels, waarbij de  natuurlijke lichaamshouding uitgangspunt was, heeft er voor  gezorgd dat er ruimte bleef voor creativiteit. Daardoor konden er  steeds nieuwe figuren ontstaan zodat het dansen aantrekkelijk  bleef. Het is een verdienste van Alex Moore dat al die regels ook op  papier staan. Hij schreef een techniekboek dat voor alle dansleraren  ter wereld een must is. Bij elk examen op dansgebied is kennis van  de volledige inhoud een vereiste. Latijns-Amerikaanse dansen De Latijns-Amerikaanse dansen worden sinds het begin van deze  eeuw gedanst in Europa. De dansen vinden hun oorsprong echter al  in de vorige eeuw toen in het zuiden van Amerika door de  colonisatie een vermenging plaatsvond van de Spaans-Portugese,  Afrikaanse en Indianen muziek. Op die manier is er nieuwe muziek,  zijn er nieuwe dansstijlen en variaties op bestaande dansen  ontstaan. Dansen uit Latijns-Amerika zijn de meest swingende en  vrolijkste dansen ter wereld. In veel Zuid- en Midden-Amerikaanse  landen (bijv. Brazilië, Cuba en de Dominicaanse Republiek) is  dansen een deel van de cultuur en bepaald het zelfs het straatbeeld. Vergeleken met de ballroom is er in de latin-dansen meer uitdaging  en passie te zien. De dame daagt de heer uit, ze dansen dus ook