Klik op de naam van de dans voor een kleine (wedstrijd) demo. Engelse Wals  De voorloper van de Engelse wals was de Boston, die al in 1874 vanuit  Amerika naar Europa werd gebracht. Het vreemde van de Boston was,  dat het paar naast elkaar stond en niet in de danshouding zoals wij nu  gewend zijn. De Boston vond echter pas vanaf 1922 zijn verbreiding  als mode-dans, samen met de Tango. Dit kwam met name door Victor  Sylvester, die in 1922 zijn kampioenschap Engelse Wals won. Hoe  simpel deze dans in de begintijd nog was, wordt duidelijk uit het feit  dat dansleraar Silvester wereldkampioen werd met een aantal  bewegingen die leerlingen tegenwoordig op de beginnerscursus, brons  dus, al kunnen.   In 1921 werd besloten dat het basisfiguur van de Engelse wals zou  zijn: stap, stap, sluit. Rond 1926, kwam er een aanmerkelijke  verbetering in de Engelse wals; de basis werd verandert in stap,  zijwaarts, sluit. Door deze basisverandering was men in staat  meerdere variaties te dansen die gestandaardiseerd werden door de  Imperial Society of Teachers of Dancing (ISTD). Vele van deze  variaties worden nog steeds gedanst. De Engelse Wals wordt ook wel langzame wals genoemd. Het woord  ‘Wals’ betekent letterlijk draaien. In het programma van de Engelse  wals komen dan ook veel draaien voor. De passen zijn erg zwierig,  soepel en lopen in een vloeiende beweging door. De volledige  dansvloer wordt tijdens de dans benut. Wannneer met meerdere paren  gedanst wordt, lijkt het of de dansvloer "golft". Deze beweging heet  "Pendulum Swing", de gang van de pendel van een klok. De Engelse  wals is ook meestal de eerste dans die gedanst wordt op een  wedstrijd. De Weense Wals In de 12e en 13e eeuw was er een dans die de `Nachttanz` heette, en deze dans vormde de basis van de latere Weense wals die in de 18e eeuw aan het hof werd gedanst. Het oorspronkelijke model van de Weense Wals vinden we in 1776 in Wenen, waar in de opera "Una Cosa Rara" de Weense Wals werd uitgevoerd. Mozart schreef in 1787 te Praag hoe hij met plezier zag, dat op de muziek van zijn "Figaro" tijdens een landelijk bal werd gewalst. De Weense Wals werd echter niet zonder slag of stoot binnengehaald. Velen vonden het een moeilijke dans en fatsoenrakkers stoorden zich vooral aan de danshouding. Waarschuwingen tegen het verval van goede zeden en de gezondheid waren niet van de lucht. Bekende dansleraren uit die tijd vonden dat de Weense Wals niets met dansen te maken had en nog in 1816 liet "The Times" zich zeer afkeurend uit over een hofbal in Londen waar gewalst werd. De Weense Wals was echter niet meer tegen te houden en de danshouding van de Weense Wals werd de basis voor alle andere paardansen. Tango De tango is ontstaan in Argentinië, in de ordinairste wijk van Buenos  Aires: "Barrio de las Ranas. Oorspronkelijk werd de tango in sommige  kringen gezien als een ordinaire, vulgaire dans, en mocht dus ook niet  gedanst worden. Ook in Europa en Amerika werd de Tango  terughoudend ontvangen en werd pas na 1920 algemeen  geaccepteerd. Tegenwoordig worden er twee varianten gedanst. De  ballroom tango en de Argentijnse Tango.   Ballroom tango  De ballroom tango wordt gedanst op muziek in tweekwarts maat met  bij-accenten. Deze dans werd oorspronkelijk in grote ballrooms  gedanst en wordt nog steeds in "klassieke" dansscholen onderwezen.  In tegenstelling tot de oorspronkelijke Tango bezit de muziek een  "strikt tempo". Daardoor is de dans wat vlakker en heeft deze een  minder sensueel karakter. De strakke, staccato bewegingen, met name  de hoofdacties van de dame, zijn kenmerkend voor de ballroom tango.    Argentijse Tango De Argentijnse tango wordt in toenemende mate gedanst in Nederland  (sinds midden jaren tachtig). In zo'n 40 steden zijn er dansscholen en  salons. Het aantal Argentijnse Tangodansers in Nederland bedraagt  enkele tienduizenden. De gemiddelde leeftijd van de dansers en  danseressen ligt in de buurt van de 40 jaar. Het opleidingsniveau ligt  bovengemiddeld.    De muziek wordt gespeeld door een orkest dat bestaat uit de volgende instrumenten: bandoneon, piano, violen, cello, contrabas, drums,  (elektrische) gitaar en mondharmonica.   Slow-Foxtrot  De Foxtrot is een stijldans die in het begin van de 20ste eeuw in  Amerika is ontstaan als Ragtime. De Foxtrot groeide uit tot een  populaire dans die tijdens veel gelegenheden gedanst werd. De naam  Foxtrot is afgeleid van de naam van de bedenker: Harry Fox. Hij was  een ster in het Ziegfeld Follies Theater op Broadway in New York.  Tijdens een show in 1914 danste hij op de destijds populaire ragtime-  muziek een geheel eigen nieuwe dans, een "Trot" (drafdans). Deze  Trot van Harry Fox sloeg duidelijk aan en kreeg snel veel fans.   Niet lang na de eerste uitvoering volgde een introductie aan de  commissie van de ISTD (internationale standaard dans) te Londen.  Met wat kleine aanpassingen werd de Foxtrot hierna door diverse  dansleraren onderwezen. Het tempo en de bewegingen staan centraal  bij de Foxtrot. Het is de enige Ballroomdans waarbij de dansparen met  beide voeten tegelijk los mogen komen van de dansvloer. Het accent  ligt op de eerste en de derde maat.   In de verfrissende jaren 20 werd de Foxtrot steeds sneller gespeeld,  tot wel 60 maten per minuut, waardoor diverse danspasjes en figuren  niet meer gemaakt konden worden en er andere bewegingen gedaan  werden. De lange open passen werden niet meer gedaan en men ging  over op een eenvoudigere ritmische zij-sluit-zij pas (de chasse).  Hierbij volgt de ene voet de andere en wordt er voornamelijk op de  voorvoet c.q. tenen wordt gedanst.    Door de jaren heen is deze "Quick-time Foxtrot" een eigen leven gaan  leiden onder de naam Quickstep. De 'gewone' Foxtrot ging vanaf die  tijd door het leven als "Slow-Foxtrot". Quickstep  De Quickstep is naast de Quick-time Foxtrot ook beïnvloed door een  andere populaire dans uit de jaren 20, de Charleston.   Typerend voor de Quickstep is dat beide voeten tegelijkertijd los  komen van de vloer. De moeilijkheid is dat de beide danspartners dit  synchroon moeten doen en precies gelijktijdig los te komen van de  dansvloer.   De vrolijkste dans van de ballroomdansen. Snelheid, bewegen en  draaien staan centraal in de Quick Step. Deze dans is uitgegroeid tot  een van de meest gedanste dansen en behoort ook tot de Stijldansen.  Het is een van de eerste dansen die je op dansles leert.